vrijdag 25 september 2009
donderdag 24 september 2009
dinsdag 22 september 2009
Famous people on and around campus
Busy times hier in Morningside Heights. Druk met studeren, druk met het fixen van het internet (wat maar problemen blijft geven), een nieuwe laptop die niet helemaal naar wens is. So much for the boring stuff. Er zijn ook coole dingen gaande. Zo organiseert de VN momenteel de United Nations General Assembly. Dit betekent dat er veel 'heads of state' in New York zijn, en ook dat er veel meer en minder bekende mensen naar Columbia University komen om te spreken. Zo heb ik gisteren, zonder het te weten, de president van Argentinië gezien. Ik zat op de trap voor Alma Mater, toen er opeens mensen met camera's aan kwamen sjouwen. Ook was er opvallend veel politie aanwezig. Even later kwam er een colonne van vijf auto's aanrijden: 2 politieauto's, 2 auto's van de FBI, en een limousine. Er stapte belangrijke mensen uit, maar ik herkende niemand. Vandaag las ik in de Columbia Spectator -- de dagelijkse universiteitskrant -- dat het de President van Argentinië was, Christina Fernández de Kirchner. Cool! En morgen komt de 'former secretary-general', Kofi Annan! Eens kijken of ik tijdens zijn toespraak naar binnen kan glippen!
Oja, twee blokken van ons appartement staan allemaal trailers en catering bussen van Universal Studios. Volgens mij gaan ze opnames draaien van Law and Order Special Victims Unit, althans, dat zag ik op één van de trailers staan. Ik ben echter niet zeker. Ik hou het in de gaten!
Oja, twee blokken van ons appartement staan allemaal trailers en catering bussen van Universal Studios. Volgens mij gaan ze opnames draaien van Law and Order Special Victims Unit, althans, dat zag ik op één van de trailers staan. Ik ben echter niet zeker. Ik hou het in de gaten!
vrijdag 18 september 2009
How nice..
Wat is er mis met ee vrouw die haar tanden flost, eerst met een floshaakje, en daarna met flosdraad? Niets zou je zeggen? Nou, ik kan je verzekeren, wel als ze dat voor je neus in de metro zit te doen! Stel je voor, een wat gezette vrouw, met een oud aftans boodschappenwagentje, volgepakt met teringzooi; een roze/paars joggingspak vol met vlekken; onderuitgezakt; eerst enigzins driftig al de spleetjes tussen haar tanden van vuil verschonen met een floshaakje; iedere keer een 'plong' als ze driftig haar gereedschap tussen haar tanden uit trekt; en daarna alles nog eens dunnetjes overdoen met een flosdraadje, om vervolgens ongeneerd de hele handel maar onder haar bankje te gooien. Langzaam maar zeker zag je, toch enigzins beleefd, bij iedere halte, mensen opstaan en van plaats veranderen. Ik was op weg naar een lunchafspraak in Brooklyn met Jody Azzouni (een professor die mij heeft geholpen met mijn bachelorscriptie), en mijn maag gaf overduidelijk signalen af dat mijn lichaam voedsel vereiste. Dit gegeven, in combinatie met de ondernemingen van de vrouw tegenover mij, hebben mij uiteindelijk ook maar doen besluiten van plaats te wisselen, ver weg, naar de andere kant van de wagon. Moraal van dit verhaal: in New York kan je echt alles tegenkomen. Binnenkort meer over mijn afspraak met de professor. Dat was masterlijk!
-- Ik zit nu trouwens in de 'student lounge' van filosofie. Op de zevende verdieping van Philosophy Hall zit ik hier te studeren, heel het gebouw is leeg en donker, alleen verweg bovenin (daar waar ik zit) brand een lichtje :) Heb mezelf hier goed geinstalleerd; pak Tropicana erbij; bagels; mijn boeken uitgestald op de bank; het krijtbord volgeschreven met notities; en zo nu en dan, bij wijze van pauze, over de verdieping zwerven, en de boeken bekijken die in antieke kasten in de collegezaal zijn neergezet..
dinsdag 15 september 2009
Too much to say, and not enough time..
Na twee weken van sightseeing, streetwise worden en praktische zaken regelen, zijn vorige week de colleges begonnen. En dit is toch wel net even anders dan in Nederland. Enkele dagen na mijn aankomst in New York, kwam ik voor het eerst op de campus. Drie dingen vallen daar gelijk op. Ten eerste is alles kolossaal; de gebouwen, de oppervlakte van de campus zelf – de campus bestaat uit 71 gebouwen -- de hoeveelheid studenten, etc. Ten tweede is de campus historisch (althans voor Amerikaanse begrippen). Columbia University is de oudste instelling voor hoger onderwijs in de staat New York, en nationaal gezien neemt ze de vijfde plaats in beslag; ze is in 1754 gesticht onder de naam King’s College. Het derde opvallende aspect is de academische sfeer; rondlopend op de campus voel je een min of meer dwingende kracht om een boek te pakken en te gaan studeren. Columbia University legt hier ook de nadruk op; iedere undergraduate student hier is verplicht deel te nemen aan het zogenoemde Core Curriculum – kortweg ‘CC’ genoemd. Het Core Curriculum is een verzameling vakken gericht op het ontwikkelen van academische vaardigheden, en het vergaren van kennis over de Westerse intellectuele traditie. Een blik op de literatuurlijst voor deze cursussen maakt mij bij voorbaat al enthousiast: Plato, Aristoteles, Homerus, Sophocles, Epictetus, René Descartes, John Locke, Thomas Hobbes, Dante, Montaigne, Dostoevsky, Shakespeare.. and so on. In andere woorden: het is gewoon masterlijk om hier rond te lopen.
Een week voor de colleges begonnen heb ik voor het eerst kennis gemaakt met het departement filosofie. Filosofie zit, enigszins triviaal, in Philosophy Hall, op de zevende verdieping. Als je de trap op komt is het één grote hal, waar de kamers van alle professoren, en van al het administratieve personeel, en de collegezaal (filosofie heeft er maar één), aan grenzen. Dit zorgt wel voor een aardige dynamiek van studenten, professoren en administrators die allemaal op die zevende verdieping zijn voor één ding: filosofie. Het is als een soort grote familie. Toen ik voor de eerste keer binnen kwam was iedereen enthousiast: “hi! How ya doin? Are you enjoying New York?’. Ik werd rondgeleid door Mevr. Bernstein, het directe aanspreekpunt voor de studenten hier. Ze vertelde me dat ik een eigen postvak heb, kopiëren gratis is, dat de student lounge – een soort privé vertrek voor graduate filosofie studenten 24/7 open is. Geen enorme dingen natuurlijk, maar ik heb er wel van genoten. De dag erna heb ik alle professoren ontmoet. Ook bij hen viel het me op dat ze allemaal zeer aardig en behulpzaam zijn; zo drukte de decaan, Achille Varzi, me op het hart dat, mocht er iets zijn (van welke aard dan ook), ik naar hem toe moet komen; en vertelde de professor Geschiedenis van de Filosofie me dat ze een aantal Nederlandse collega’s kende, en dat ik maar een langs moest komen op de thee om wat te babbelen. Als je hier alleen bent in zo’n grote stad, en je moet je weg nog een beetje vinden, dan zijn dit soort warme reacties wel fijn.
De week na mijn eerste kennismaking begonnen de colleges. Bij ethiek zat de collegezaal ramvol. We begonnen met een moeilijke tekst van de filosoof Moore. Gelijk werden er door een aantal studenten kritische vragen gesteld. Dat zie je in Nederland niet (zo snel). Dat valt hier sowieso op; studenten zijn mondiger, stellen sneller vragen, of zijn in ieder geval niet zo passief als in Nederland vaak het geval is. Ook zit iedereen driftig te typen op zijn of haar laptop, terwijl ik volledig uit de toon val met mijn blocnote en balpen. Naast ethiek was ik nog bij een college over Darwin, gedoceerd door mijn begeleider Philip Kitcher. Een heel interessant onderwerp natuurlijk, maar de manier waarop Kitcher zijn college geeft is fenomenaal. Alles uit het hoofd, snel van geest, grappig, en tegelijkertijd easy-going. Qua uiterlijk doet hij me nog het meest denken aan professor Barabas van Suske en Wiske.
Er zijn nog zo veel meer toffe dingen die ik al gedaan en/of gezien heb. Zo ben ik met Simon en zijn vrienden uit geweest, naar een club waar een Braziliaans feest werd georganiseerd. Voordat we hier naartoe gingen hebben we wat Belgische biertjes gedronken op een ‘rooftop’ van het appartement van een van Simon’s vrienden. Verder ben ik naar een theater voorstelling geweest die Simon, samen met zijn klasgenoten, in vier dagen in elkaar heeft gezet. Ik heb supermarkten verkent – dat is hier ook al een hele belevenis – en daar geschrokken van de prijzen – 6 dollar voor een pot jam, jaiks! Het voert te ver om alles te beschrijven en te vertellen. Dat ga ik nu ook niet doen; ik ga slapen, want het is al 2 uur. Ik heb weer nieuwe foto’s geplaatst, voornamelijk van de campus. Go check them out! See http://picasaweb.google.nl/JFMLDR/NYSept16th2009#
zaterdag 12 september 2009
Coming Soon...
Hello there! Zinspeel nog op een geschikt verhaal over mijn eerste collegeweek, en Columbia University in zijn algemeen. Heb alvast wat foto's gepost -- http://picasaweb.google.nl/JFMLDR/NYSept122009# -- maar er komt nog meer. De kwaliteit van de foto's is niet echt goed, maar daar werk ik aan.
zaterdag 5 september 2009
Downtown Manhattan
Als je de One downtown neemt, en je blijft zitten tot de metrotrein met een zuchtende sis definitief tot stilstand komt, dan ben je op station South Ferry, nabij het meest zuidelijke puntje van Manhattan. Een korte wandeling door Battery Park brengt je tot aan het water, waarna je onmiskenbaar, tussen Manhattan en Staten Island, het Vrijheidsbeeld ziet staan. Het was nog volop licht toen ik vanaf station Cathedral Parkway vertrok, maar de nacht treedt hier snel in; toen ik na een half uur weer boven de grond kwam, was het donker, dus heel veel was er niet te zien. Dat wil zeggen, in de verte zag je iets groens met een verlichte kroon, maar erg indrukwekkend was dit nog niet. Het is ook maar de vraag of de het Vrijheidsbeeld vanaf deze plek – zo ver weg – goed zichtbaar is. Bij daglicht komt het eiland niet ineens dichter bij, en nu stak hij tenminste nog een beetje af tegen het zwart van de nacht. Bij gebrek aan een goed perspectief besloot ik het Vrijheidsbeeld de rug toe te keren, en nogmaals door Battery Park te lopen.
In het boek ‘Ik ben een New Yorker’ verhaalt journalist Twan Huys op een mooie wijze hoe Hollander Adriaan Block hier de eerste aanzet gaf tot wat later Nieuw Amsterdam is gaan heten, en door de Engelsen is verandert tot New York. Het is bizar om te beseffen, terwijl je hier bent, dat Nederland nauw verbonden is met New York. Dit komt nog op allerlei manieren terug. Zo is de oude nationale vlag van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden – de oranje, wit, blauwe vlag – de huidige stadsvlag van New York City; zo droegen de watergeuzen bij de bevrijding van Den Briel banieren in dezelfde kleuren als de teamkleuren van het NBA team The New York Knicks; natuurlijk groeven de Hollanders hier een kanaal, op de plek van het huidige Canal Street; ook kwam er een wal ter verdediging tegen de Britten, Wall Street; en dichter bij huis, het departement filosofie van Columbia zit in Philosophy Hall, gelegen aan Amsterdam Avenue. Eigenlijk is New York gewoon van ons, maar weten de Amerikanen dat niet. Wie duikt in de literatuur over de relatie tussen Nederland en New York stuit niet alleen op materiele herkenningspunten; er wordt ook wel gezegd dat Nederlanders destijds hun tolerante en progressieve houding meenamen naar Nieuw Amsterdam. Dit klinkt aannemelijk, en is ook iets om trots op te zijn als Nederlander. Als je hier rond loopt, dan merk je het zelf: men is hier (ook) tolerant. Maar dat kan ook niet anders, met zo’n melting pot van culturen en volkeren. Enigszins pijnlijk maar leerzaam is de mogelijkheid vanuit hier ‘terug’ te kijken naar Nederland; volgens mij zijn wij helemaal niet meer zo tolerant. Progressief ja, met de abortuswetgeving, euthanasiewetgeving en het homohuwelijk. Maar zijn wij nog tolerant? Hebben wij nog het vermogen om externe invloeden in onze samenleving te accepteren? Ik denk dat het een leerzame ervaring voor iedere Nederlander zou zijn om eens in New York te kijken hoe het daar aan toe gaat. In New York leeft ‘vanalles’ door elkaar, en dat is een fantastische ervaring. Toegegeven, Nederland en Amerika zijn moeilijk te vergelijken; Nederland, met zijn rijke cultuur en geschiedenis, is gebouwd op een traditie, terwijl Amerika gebouwd is op een idee: set goals, work hard, and achieve something. De essentie is echter hetzelfde: mensen van ‘buiten’ die ‘binnenkomen’ moet integreren in het geheel, of dit nu een traditie of een idee is. Het zou moeten kunnen.
Met mijn rug naar het Vrijheidsbeeld zet ik dertig stappen en kom uit bij een monument voor gevallen Amerikaanse soldaten. Een indrukwekkende verzameling van hoge muren, met daarin gebeiteld de duizenden namen van op zee, tijdens de Tweede Wereld Oorlog, gesneuvelde soldaten. Het monument wordt ‘bewaakt’ door een grote adelaar die uitkijkt op ‘zee’, richting het Vrijheidsbeeld. Van toeval zal hier geen sprake zijn; het idee hierachter is ongetwijfeld dat deze soldaten hun leven hebben gegeven voor de verdediging van de vrijheid van anderen. Dit doet me toch wel wat. In sommige gevallen is het misschien overdreven en kortzichtig, maar Amerikanen die staan wel ergens voor: freedom, democracy, the United States of America. Geen metrowagon, bus, politieauto of brandweerwagen gaat voorbij, of je ziet de Stars & Stripes voorbij schieten. Zie je dit al voor je, iedere trein, metro, bus, politiewagen en brandweer met een Nederlandse vlag beplakt; een straatbeeld vol wapperende rood, wit, blauwe vlaggen? Amerikanen zijn trots op dit land, en laten dat merken ook: Proud to be an American! Voorlopig hou ik het bij Proud to be a New Yorker! of Proud to be an Upper West Sider!
A selection of pics can be found here: http://picasaweb.google.com/JFMLDR/NYSept52009#
Abonneren op:
Posts (Atom)


