vrijdag 12 maart 2010
Farewell
Het is hier zaterdagochtend, twee uur 's ochtends. Het zit erop. Afgelopen drie weken waren tof. Eerst mijn ouders en Eric op bezoek, daarna twee weken met Lies New York onveilig maken.. New York is mijn tweede huis geworden, maar ik kijk ernaar uit naar huis te gaan. Vanavond afscheid genomen van de vrienden die ik hier heb gemaakt.. Zeven maanden New York was lifechanging. Het belangrijkste dat ik hier heb geleerd: don't hold back, push forward! Tot snel!
donderdag 11 februari 2010
Run like the wind!
Het einde nadert. Over een goede maand zit ik weer in het vliegtuig op weg naar Nederland, en kijk ik terug op een prachtige tijd hier in New York. Het idee daaraan geeft me 'mixed-feelings'. Ik zie ernaar uit om weer thuis te zijn, de hectiek van New York achter me te laten. Dezelfde hectiek en activiteit ga ik echter ook enorm missen. In New York is alles. Het is lastig om een rangschikking te maken, maar Central Park is waarschijnlijk mijn favoriete plek. Het park is bovenal gaaf, enorm groot en midden in de populairste metropool van de wereld. Een plek van rust tussen alle hectiek. Rondrennen in Central Park, alleen daarvoor zou ik al in New York willen wonen.
Ik strik mijn schoenen, steek mijn iPod in m'n broekzak, New York local Jay-Z op hoog volume. Windjack aan, rits dicht, voordeursleutel in mijn jaszak. Even snel rekken en ik stap naar buiten. Ik sla linksaf en wandel Broadway op. Ik wacht tot het licht op wit springt en druk op de ronde knop van mijn iPod: "Beginning workout". Ik begin te lopen, 112th street uit, rechtsaf, voor de St. John the Divine kathedraal langs, linksaf, Cathedral Parkway op. Een paar blokken verderop steek ik de rotonde over en loop in de noord-west hoek Central Park binnen. Voor mijn neus schieten wielrenners voorbij. Aan de linkerkant van de weg is er ruimte voor hardlopers. De weg gaat meteen omhoog. Voor me lopen wat Aziatische mensen, puffend en steunend. Ik steek ze voorbij, ren volle bak de berg op. Zwaarademend kom ik boven. In een lager tempo loop ik de berg af en begin aan de volgende klim. Links passeer ik twee honkbalvelden. Er groep met kinderen is aan het spelen, ouders aan de kant. Na de tennisvelden sla ik linksaf, steek een bruggetje over, en kom bij het Onassis Reservoir. Links en rechts steekt de skyline van de Upper East en Upper West Side boven de bomen uit. De witte contouren van het Guggenheim museum zijn in de verte te zien. Recht vooruit de skyline van Lower Manhattan: de dure hotels van Central Park South, Chrysler building, Rockefeller Center, Empire State Building, en daarachter het Financial District. Een neonreclame van CNN steekt scherp af tegen de donkere lucht. Ik ren verder, passeer toeristen, jaag door plassen. Halverwege passeer ik het politie station van het Central Park Precinct. Ik loop driekwart rond, schiet naar beneden, en begin parallel te lopen aan Fifth Avenue, weer terug naar de noordkant van het park. Na vijf minuten draai ik linksaf en kijk ik bovenop het openluchtzwembad. In de winter is het zwembad omgebouwd tot schaatsbaan. Van links en rechts schieten kleine kereltjes over het ijs. Helmen op, breed in de schouders, stick in hun hand, ijshockeyschaatsen onder de voeten gebonden. Een coach staat schreeuwend langs de baan. Ik loopt de berg af, draai om de schaatsbaan heen, en kom weer uit op de plek waar ik het park binnenkwam. Rustig ren ik Cathedral Parkway op, rechts, links, wachten voor het stoplicht, sleutel uit mijn zak vissen, en ik ben thuis. Ik druk mijn iPod af: "Work-out completed; Work-out distance: 7.9 km; Time: 39 min 15 sec; Average pace: 4.95 min/km; calories 491."

Soon: The House of God Revisited
donderdag 28 januari 2010
dinsdag 12 januari 2010
Starbucks
Dinsdagavond, 12 januari 2010, 601 West 112th street, apartment 1B. Simon is thuis in The Bay. Aakash is thuis, maar geheel in lijn met 2009 laat hij zich niet zien. Een winterbreak tussen twee semesters zorgt voor veel rust: geen colleges, geen huisgenoten, zelfs op straat merk je dat het minder druk is. Veel rust kan echter omslaan in enige eenzaamheid. Na een week lang 'binnen' te hebben gezeten heb ik sinds afgelopen weekend daarom mijn bivak opgeslagen in de Starbucks om de hoek. Een Pike Place Roast of een Caramel Machiato, potloodje, boek, en gaan. Uit dit 'en gaan' spreekt bravoure, maar enige nuancering is wel op z'n plaats. Het eerste semester is best vermoeiend geweest: veel lezen, veel schrijven, veel colleges. Dan komt kerstmis en oud & nieuw. Om daarna weer op gang te komen is moeilijk. Ik kan me totaal niet concentreren. Mijn gedachten zijn overal -- bij de nieuwe CD van Alicia Keys die non-stop gedraaid wordt; bij het nieuwe beleid van de Starbucks om, bij het bestellen van je koffie, je naam op de beker te schrijven, zodat in geval van drukte er geen onduidelijkheid is welke koffie voor welke klant is ('Joost' vereist spellen); een nieuwe kleur van de bekers -- behalve bij de letters in mijn boek. Als je aandacht besteedt aan je omgeving dan vallen er ook dingen op, zeker als je bivak is gesitueerd in de Starbucks. Een kleine karikatuur van een aantal vaste gasten.
De makelaar. Een makelaar of woningbemiddelaar die kantoor houdt in de Starbucks. Stel je voor een slonzige man, halflang blond en sluik haar, een beperkte garderobe en een old-skool jaren '80 pilotenbril als de zon schijnt. Hij zit altijd aan de grote tafel bij het raam. Voor hem staat een 12 inch IBM laptop, aan de achterkant verhoogd door een stapel Starbucks servetten. Ingeplugd in het stopcontact zit een adapter die zijn Blackberry van voeding voorziet. Bellen met deze telefoon doet hij echter zelden. Om kosten te besparen maakt hij gebruik van Skype. Hij heeft een grote headset op en zit voortdurend te bellen; klanten, potentiële klanten, huurders, verhuurders, zijn vrouw. Als ik hem aan het werk zie dan zie ik een warrige man; hij heeft grote ogen, beweegt schokkerig, soms draagt hij een trui met een gat erin. Hij heeft een klein brilletje. Deze staat op het puntje van zijn neus. Met een gebogen nek loert hij over de rand van het montuur naar het computerscherm.
De professor. In september hadden we thuis geen internetaansluiting. Net in New York, alles is spannend, je bent alleen. Je lifeline naar datgene wat je bekend en vertrouwd is, is het internet; mailen, skypen, bloggen. Om in deze behoefte te voorzien nam ik mijn laptop mee naar de Starbucks. Bij aankoop van een klantenkaart is het draadloos internet hier gratis. Zo bezette ik in september regelmatig een tafeltje. Ik had een vaste plek, net als een andere man. Hij had dezelfde laptop als ik. Donker haar, golvend. Eind dertig. Een bril. Soms een pet. Spijkerbroeken waren standaard te kort. Witte sportsokken en Brooks hardloopschoenen complementeerde het geheel. Zo op het oog een vriendelijke man, altijd aan het werk. Wat opviel was dat er met een zekere regelmaat jonge mensen bij hem op bezoek kwamen. Hij maakte dan ruimte en voerde een ogenschijnlijk geëngageerd gesprek. Na een poos vertrok zijn gast. Hijzelf bleef zitten, werken. Toen ik een keer in zijn buurt zat begreep ik dat zijn jonge bezoekers studenten waren. Ze kwamen om advies of overleg. Waar het over ging begreep ik niet. Wel was duidelijk dat hij ze bepaalde literatuur aanraadde. Geen vakliteratuur, maar echte literatuur, romans. Het is een professor, hoogst waarschijnlijk aan Columbia. Ik heb hem een tijd niet gezien. Afgelopen week dook hij weer op, samen met zijn zoontje. Het jonge ventje achter de laptop, hij lezen. Toen ik hem passeerde loerde ik over zijn schouder naar zijn boek: Japans.
De oude dame. Er komen regelmatig dames op leeftijd naar de Starbucks. Ze hebben geen werk, zijn al gepensioneerd, huisvrouw, of weduwe. Ze komen lekker koffie drinken. Eén is me de afgelopen week bovenmatig opgevallen. Het is een forse vrouw, groot, blond haar, een bril met rood montuur, en een verweerd gezicht. Ze is er iedere dag. Ze komt binnen, zoekt een tafeltje in de hoek, zet haar karretje neer, en haalt een iced koffie verkeerd. Ze gaat zitten en begint om zich heen te kijken. Dit houdt ze uren vol, af en toe haalt ze een nieuwe koffie verkeerd, soms leest ze in haar Spaanstalige roddelkrant. Ik denk dat ze uit Brazilië komt. Ze is niemand tot last, alleen moet je oppassen als je in haar buurt zit. Ze zit verlegen om een praatje; in haar buurt zitten, één keer oogcontact maken, en ze begint tegen je te praten.
Abonneren op:
Posts (Atom)
