dinsdag 12 januari 2010

Starbucks

Dinsdagavond, 12 januari 2010, 601 West 112th street, apartment 1B. Simon is thuis in The Bay. Aakash is thuis, maar geheel in lijn met 2009 laat hij zich niet zien. Een winterbreak tussen twee semesters zorgt voor veel rust: geen colleges, geen huisgenoten, zelfs op straat merk je dat het minder druk is. Veel rust kan echter omslaan in enige eenzaamheid. Na een week lang 'binnen' te hebben gezeten heb ik sinds afgelopen weekend daarom mijn bivak opgeslagen in de Starbucks om de hoek. Een Pike Place Roast of een Caramel Machiato, potloodje, boek, en gaan. Uit dit 'en gaan' spreekt bravoure, maar enige nuancering is wel op z'n plaats. Het eerste semester is best vermoeiend geweest: veel lezen, veel schrijven, veel colleges. Dan komt kerstmis en oud & nieuw. Om daarna weer op gang te komen is moeilijk. Ik kan me totaal niet concentreren. Mijn gedachten zijn overal -- bij de nieuwe CD van Alicia Keys die non-stop gedraaid wordt; bij het nieuwe beleid van de Starbucks om, bij het bestellen van je koffie, je naam op de beker te schrijven, zodat in geval van drukte er geen onduidelijkheid is welke koffie voor welke klant is ('Joost' vereist spellen); een nieuwe kleur van de bekers -- behalve bij de letters in mijn boek. Als je aandacht besteedt aan je omgeving dan vallen er ook dingen op, zeker als je bivak is gesitueerd in de Starbucks. Een kleine karikatuur van een aantal vaste gasten.

De makelaar. Een makelaar of woningbemiddelaar die kantoor houdt in de Starbucks. Stel je voor een slonzige man, halflang blond en sluik haar, een beperkte garderobe en een old-skool jaren '80 pilotenbril als de zon schijnt. Hij zit altijd aan de grote tafel bij het raam. Voor hem staat een 12 inch IBM laptop, aan de achterkant verhoogd door een stapel Starbucks servetten. Ingeplugd in het stopcontact zit een adapter die zijn Blackberry van voeding voorziet. Bellen met deze telefoon doet hij echter zelden. Om kosten te besparen maakt hij gebruik van Skype. Hij heeft een grote headset op en zit voortdurend te bellen; klanten, potentiële klanten, huurders, verhuurders, zijn vrouw. Als ik hem aan het werk zie dan zie ik een warrige man; hij heeft grote ogen, beweegt schokkerig, soms draagt hij een trui met een gat erin. Hij heeft een klein brilletje. Deze staat op het puntje van zijn neus. Met een gebogen nek loert hij over de rand van het montuur naar het computerscherm.

De professor. In september hadden we thuis geen internetaansluiting. Net in New York, alles is spannend, je bent alleen. Je lifeline naar datgene wat je bekend en vertrouwd is, is het internet; mailen, skypen, bloggen. Om in deze behoefte te voorzien nam ik mijn laptop mee naar de Starbucks. Bij aankoop van een klantenkaart is het draadloos internet hier gratis. Zo bezette ik in september regelmatig een tafeltje. Ik had een vaste plek, net als een andere man. Hij had dezelfde laptop als ik. Donker haar, golvend. Eind dertig. Een bril. Soms een pet. Spijkerbroeken waren standaard te kort. Witte sportsokken en Brooks hardloopschoenen complementeerde het geheel. Zo op het oog een vriendelijke man, altijd aan het werk. Wat opviel was dat er met een zekere regelmaat jonge mensen bij hem op bezoek kwamen. Hij maakte dan ruimte en voerde een ogenschijnlijk geëngageerd gesprek. Na een poos vertrok zijn gast. Hijzelf bleef zitten, werken. Toen ik een keer in zijn buurt zat begreep ik dat zijn jonge bezoekers studenten waren. Ze kwamen om advies of overleg. Waar het over ging begreep ik niet. Wel was duidelijk dat hij ze bepaalde literatuur aanraadde. Geen vakliteratuur, maar echte literatuur, romans. Het is een professor, hoogst waarschijnlijk aan Columbia. Ik heb hem een tijd niet gezien. Afgelopen week dook hij weer op, samen met zijn zoontje. Het jonge ventje achter de laptop, hij lezen. Toen ik hem passeerde loerde ik over zijn schouder naar zijn boek: Japans.

De oude dame. Er komen regelmatig dames op leeftijd naar de Starbucks. Ze hebben geen werk, zijn al gepensioneerd, huisvrouw, of weduwe. Ze komen lekker koffie drinken. Eén is me de afgelopen week bovenmatig opgevallen. Het is een forse vrouw, groot, blond haar, een bril met rood montuur, en een verweerd gezicht. Ze is er iedere dag. Ze komt binnen, zoekt een tafeltje in de hoek, zet haar karretje neer, en haalt een iced koffie verkeerd. Ze gaat zitten en begint om zich heen te kijken. Dit houdt ze uren vol, af en toe haalt ze een nieuwe koffie verkeerd, soms leest ze in haar Spaanstalige roddelkrant. Ik denk dat ze uit Brazilië komt. Ze is niemand tot last, alleen moet je oppassen als je in haar buurt zit. Ze zit verlegen om een praatje; in haar buurt zitten, één keer oogcontact maken, en ze begint tegen je te praten.

4 opmerkingen:

  1. Joost - een bovengemiddelde student uit de Nederlanden die vrijwel iedere dag in de Starbucks te vinden is. Met een aangeschafte klantenkaart maakt hij met zijn nieuwe iMac Pro graag gebruik van het draadloze internet, en probeert hij zijn, veelal filosofisch getinte, teksten eigen te maken. Het valt met name op dat deze jongen nieuwsgierig van aard is. Zo kijkt hij graag om zich heen en observeert hij andere klanten nauwkeurig. Joost heeft dan ook bij het Starkbucks-personeel de bijnaam 'the binoculars' gekregen. Zo nu en dan bestelt hij een 'black tea' en volgt hij Tweede Kamer-debatten met zijn maat Schoenie in Nederland.

    Haha, het was gezellig gisteren, maat!
    Oudoe!

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Hahaha. Die kan er wel bij ja. Een beetje Nederlandse politiek kijken vanuit NY, onderwijl ouwehoerend met Schoenie. Mastuhr.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Pas maar op, de Nederlandse regering krijgt het verwijt dat ze te veel heult met de Amerikaanse regering! Prachtig hoe je die typetjes omschrijft.

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Haha maasterlijk verhaal ouwe.

    Massol!!!

    BeantwoordenVerwijderen